Professioneel statuut PKP B.V.

Doel

Met dit professioneel statuut wordt een nadere invulling gegeven aan de eis van de Kwaliteitswet zorginstellingen waarin de instelling wordt verplicht om te voorzien in een duidelijke verantwoordelijkheidstoedeling teneinde verantwoorde zorg te kunnen bieden. Het professioneel statuut geldt voor alle hulpverleners die binnen de patiënt/ cliëntenzorg  werkzaam zijn.

Bovendien wordt een professioneel statuut genoemd in de bepalingen in Hoofdstuk 4 Artikel 1 van de CAO GGZ waarin de verplichtingen van de werknemers in de GGZ worden beschreven. Zie ook het document ‘Rollen en verantwoordelijkheden in het EPD’ in het kwaliteitssysteem

1. Inleiding

Binnen de GGZ worden mensen met  psychische problemen begeleid en behandeld en wordt door middel van preventie getracht geestelijke gezondheidsproblemen te voorkomen.

Het professioneel statuut geeft het kader aan waarbinnen de zorg binnen de GGZ wordt verleend en beschrijft de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de hulpverlener. Het professioneel statuut bevat regels over de interdisciplinaire samenwerking. Tevens geeft het professioneel statuut de verhouding weer tussen de verplichtingen van de hulpverlener en de verplichtingen van het management van de instelling. De werkzaamheden van de hulpverlener zijn beschreven in de functiebeschrijving.

Het professioneel statuut maakt integraal deel uit van de arbeidsovereenkomst met de instelling. Het statuut bevat verwijzingen naar andere notities binnen PKP.

Hulpverleners leggen verantwoording af over hun handelen ten aanzien van de patiënt/cliënt die zij in zorg hebben.

Verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden naast dit professioneel statuut bepaald door de wetten, zoals de Kwaliteitswet zorginstellingen (KZI), de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG), de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ), de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en daarnaast door protocollen, beroepscodes en richtlijnen van de IGZ of de zorgverzekeraars.

2. Uitgangspunten en definities

Professional

De hulpverlener, die beroepsmatig diagnostiek, begeleiding of behandeling aan een patiënt verleent. Binnen PKP onderscheiden we vier disciplines, te weten, medisch, psychologisch, verpleegkundig en sociaal agogisch.
Professionals kunnen onderverdeeld worden in hoofdbehandelaren en medebehandelaren, Medebehandelaren kunnen zijn coördinerend behandelaren en uitvoerend behandelaren.

Patiënt/cliënt

Degene die een behandelovereenkomst met de instelling heeft en/of aan de zorg van de instelling is toevertrouwd en door de medewerker wordt begeleid en/of wordt behandeld.
Professionele autonomie
Met de professionele autonomie wordt bedoeld dat de hulpverlener handelt conform zijn professionele standaard (o.a. de door de beroepsverenigingen gestelde normen, beschreven in protocollen, richtlijnen en standaarden en de jurisprudentie). Dat betekent dat de hulpverlener met inachtneming van de richtlijnen gemotiveerd zou mogen afwijken.

Behandeling/begeleiding

Onder behandeling wordt verstaan alle activiteiten die gericht zijn op verandering bij de patiënt. Begeleiding omvat alle activiteiten die gericht zijn op acceptatie van en omgaan met de ziekte of handicap. In dit statuut wordt met name gesproken over behandeling. Behandeling bestaat uit de volgende elementen; diagnosticeren/ indiceren, behandelplan vaststellen, voortgang en beëindiging. Begeleiding valt onder behandeling.

Behandelplan

Het met de patiënt afgesproken individuele plan dat beschrijft waar de behandeling uit bestaat.

3. Juridische kaders

Kwaliteitswet zorginstellingen (KZI)

De Kwaliteitswet is een kaderwet die instellingen verplicht tot het verstrekken van zorg (diagnostiek, begeleiding, behandeling en therapie) op een kwalitatief goed niveau. Het toezicht daarop wordt uitgeoefend door de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO)

Deze wet bevat met name de plichten van de hulpverlener ten aanzien van de patiënt. De hulpverlener is degene die namens de instelling optreedt en voldoet aan de eisen die de wet stelt. De instelling is op grond van deze wet aansprakelijk voor fouten in de zorgverlening, ongeacht waar en door wie de fout in de instelling is gemaakt.

Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG)

De Wet BIG heeft als doel de kwaliteit van de beroepsuitoefening te waarborgen en patiënten te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. De wet geeft een aantal beroepen titelbescherming, regelt deskundigheidsgebieden en beschrijft de (aan bepaalde beroepsgroepen) voorbehouden handelingen. De tuchtrechter is bevoegd het handelen van BIG geregistreerden te toetsen.

Wettelijke aansprakelijkheid beroepsuitoefening

In de CAO GGZ is in Hoofdstuk 3 geregeld dat de persoonlijke burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de werknemer in de uitoefening van zijn functie door de werkgever (verplicht) verzekerd wordt; de werkgever vrijwaart de werknemer voor aansprakelijkheid ter zake en ziet af van de mogelijkheid van regres op de werknemer

4. Verantwoordelijkheden, bevoegdheden en onderlinge verhoudingen

Algemeen

Professionals met een BIG registratie hebben de bevoegdheid verkregen tot handelen binnen een welomschreven deskundigheidsgebied. Alle hulpverleners hebben de verantwoordelijkheid om de kwaliteit van hun werk op peil te houden. De instelling zal dit faciliteren.

De instelling

De BV PKP, daarin vertegenwoordigd door de Directie, is als zodanig jegens de patiënt verantwoordelijk en aansprakelijk voor het verlenen van de zorg.

De professionals

De professionele verantwoordelijkheid van elke hulpverlener vloeit voort uit zijn opleiding en ervaring. De BIG geregistreerde hulpverleners handelen, evenals de overige hulpverleners, binnen het deskundigheidsgebied waarvoor zij zijn opgeleid. De grenzen van dit gebied zijn dynamisch en afhankelijk van standpunten van de (tucht)rechter, Inspectie en beroepsorganisaties.

Directeur PKP

De directeur heeft als belangrijkste taak de wet- en regelgeving bij te houden en te vertalen in voor de medewerkers hanteerbare adviezen en richtlijnen die het werk ondersteunen. De directeur heeft een bemiddelende rol bij beslissingen ten aanzien van complexe en/of zorgbedrijf overstijgende casuïstiek en is het eerste aanspreekpunt voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Ten aanzien van de kwaliteit van zorg heeft de directeur een belangrijk aandeel in de zorgcontrol. De zorgcontrole wordt beschreven in het handboek.
De directeur is verantwoordelijk is voor het vormgeven, uitvoeren en faciliteren van het algemene behandelbeleid van de behandeleenheden die onder het zorgbedrijf vallen.
De directeur is verantwoordelijk is voor een juiste toedeling van middelen en mensen aan de behandeleenheden, zodat optimale zorg kan worden verleend.

Afdelingshoofd

De zelfstandig bevoegd behandelaar die verantwoordelijk is voor het vormgeven, uitvoeren en faciliteren van het behandelbeleid van de organisatorische eenheid.

Hoofd vestiging

De manager van een vestiging die verantwoordelijk is voor een juiste toedeling van middelen en mensen van de organisatorische eenheid, zodat optimale zorg kan worden verleend.

Hoofd bedrijfsvoering

De manager die verantwoordelijk is voor een juiste toedeling van middelen en mensen van de organisatorische eenheid, zodat optimale zorg kan worden verleend.
De manager zorg en de manager bedrijfsvoering zijn beiden verantwoordelijk voor het gebied zorg/bedrijfsvoering. Dit heet integraal management.

Coördinerend behandelaar

De hulpverlener die door de hoofdbehandelaar is aangewezen om (een deel van ) de regie van de behandeling van de patiënt over te nemen en de kwaliteit van de dossiervoering (dat iedere betrokken hulpverlener regelmatig rapporteert, dat brieven op tijd de deur uit gaan etc.) te waarborgen.

Iedere betrokken hulpverlener is zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de rapportage. Een patiënt heeft altijd een coördinerend behandelaar.

Hoofdbehandelaar

Dit is de behandelaar die volgens de wet BIG bevoegd is een diagnose en de indicatie te stellen, alsmede het behandelplan vast te stellen. Wie hoofdbehandelaar kan zijn verschilt voor de basis generalistische en specialistische GGZ en kan in de tijd wisselen.

Hoofdbehandelaars kunnen die functie vervullen voor het specifieke gebied waarvoor ze zijn opgeleid. Nadere eisen aan het hoofdbehandelaarschap kunnen door de zorgverzekeraar gesteld worden. Zie hiervoor het document ‘Rollen en verantwoordelijkheden binnen het EPD ‘.
De hoofdbehandelaar ziet de patiënt in ieder geval een keer in de intake fase en is verantwoordelijk voor de behandelinhoud maar kan de verantwoordelijkheid voor de voortgang, dossiervoering, communicatie, evaluatie en beëindiging van een behandeling delegeren aan de coördinerend behandelaar (bv. een psycholoog) als die daartoe bekwaam en bevoegd wordt geacht Zie voor een nadere uitwerking het document rollen en verantwoordelijkheden in het EPD Zie voor specifieke bevoegdheden van de psychiater en de klinisch psycholoog hoofdstuk 5B onder zorgverlening/behandeling

Uitvoerend behandelaar

Al diegenen die een (deel) behandeling doen. Een uitvoerend behandelaar kan BIG geregistreerd zijn of niet (bv. maatschappelijk werkende of sociaal pedagogisch hulpverlener).
Psychologen, GZ-psychologen in opleiding hebben geen zelfstandige behandelbevoegdheid maar voeren therapeutische werkzaamheden uit in opdracht van de hoofdbehandelaar. Afhankelijk van opleiding en ervaring worden de taken tussen de disciplines verdeeld.
Uitvoerende behandelaren mogen geen veranderingen in het behandelplan aanbrengen zonder overleg met de hoofdbehandelaar.

5. Specifieke bepalingen

A. Organisatie

Algemeen: de Directie stelt het (holding)beleid op de terreinen zorgvisie, zorgcontrole en zorglogistiek vast. Binnen de daarin geformuleerde kaders kan het zorgbedrijf een eigen beleid voeren.

  • De Directie kan met inachtneming van dit professioneel statuut regels vaststellen aangaande het doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht verlenen van zorg.
  • De Directie zal de professionele autonomie van de professionals respecteren en waarborgen.
  • De Directie verschaft de noodzakelijke materiële en personele voorzieningen en schept organisatorische kaders en systemen, noodzakelijk voor een passende professionele beroepsuitoefening. Deze voorzieningen zullen op een zodanig peil worden gehouden dat een doeltreffende, doelmatige en patiëntgerichte zorg gewaarborgd blijft.
  • De Directie en professionals zullen zich tot het uiterste inspannen om zowel de continuïteit van de zorg te realiseren als het effectueren van vakantie- en verlofrechten te realiseren.
  • De Directie blijft bij afwezigheid van de professional(s) door ziekte, verlof of vakantie verantwoordelijk voor de continuïteit van de zorg voor de patiënt die een behandelovereenkomst heeft met de instelling.
  • De professionals dragen zorg voor een zodanige regeling van vakantie en verlofdagen dat de kwaliteit van de zorg voor patiënten zoveel mogelijk gewaarborgd is.
  • De Directie kan in uitzonderlijke omstandigheden, overeenkomstig de bepalingen in de CAO, het verlof intrekken.
B. Zorgverlening/ behandeling

 

  • De professional heeft een beroepsgeheim. Hij geeft niet zonder toestemming van de patiënt informatie aan derden. Voor meer informatie over gegevensverstrekking aan derden zie het kwaliteitssysteem.
  • De professional zal patiënten behandelen, waar nodig in multidisciplinair verband.
  • Als de patiënt wilsonbekwaam geacht wordt zal de professional proberen een vertegenwoordiger te vinden.
  • De professional zal de patiënt en zo nodig de wettelijke vertegenwoordiger(s) in begrijpelijke taal informatie verstrekken over de behandeling van de patiënt, waaronder voorgestelde behandeling en/of onderzoek.
  • De professional begint met de behandeling na toestemming van de patiënt of diens wettelijke vertegenwoordiger(s). Alleen in gevallen bij wet toegestaan, kan de behandeling zonder toestemming plaatsvinden.
  • De professional draagt zorg voor een met de patiënt besproken behandelplan, alsook voor een evaluatie van dit behandelplan met de patiënt.
  • Indien de professional gegronde redenen heeft de behandeling/begeleiding van een patiënt niet op zich te nemen of af te breken, dan overlegt hij dit met de leidinggevende en zorgt voor voldoende continuïteit van de behandeling/begeleiding.
  • De professional zorgt voor een goede overdracht van patiënten.
  • De professional zal medewerking verlenen aan het tot stand komen en implementeren van (zorginhoudelijke) richtlijnen en protocollen.
  • De professional behandelt/begeleidt de patiënt onder zijn persoonlijke verantwoordelijkheid, binnen de grenzen van de wet, zijn bekwaamheid en de professionele standaard, maar ook binnen de door de instelling vastgestelde protocollen en richtlijnen.
  • De professional schakelt waar nodig, indien hij de grenzen van zijn bekwaamheid zou overschrijden, een collega in die wel de bekwaamheid bezit, die dan gehouden is deze (specifieke) bekwaamheid/deskundigheid in te zetten.
  • Afhankelijk van o.a. de aard van de hulpvraag en de ernst van het ziektebeeld van de patiënt, wordt bepaald welke professional uit welke discipline wordt ingezet.

De professional raadpleegt in ieder geval een psychiater of klinisch psycholoog:

  • bij twijfels over de mate van psychiatrische problematiek,
  • wanneer bij een psychiatrisch ziektebeeld sprake is van verergering, wijziging van de symptomen of onverwacht uitblijven van verbetering
  • indien ontslag uit een ambulante behandeling, anders dan in het behandelingsplan voorzien, overwogen wordt;
  • wanneer farmacotherapeutische behandeling overwogen, ingesteld of aangepast wordt;
  • indien opname, vrijwillig dan wel gedwongen overwogen wordt;
  • bij (mogelijke) suïcidaliteit en (mogelijk) agressief gedrag van de patiënt naar zichzelf of anderen.

Psychiaters en klinisch psychologen kunnen taken en verantwoordelijkheden binnen daartoe in de instelling geldende regels delegeren aan andere specialisten.

C. De professionele standaard

De professional zal zijn deskundigheid en bekwaamheid op peil te houden of uitbreiden, zodanig dat hij voldoet aan de eisen die in redelijkheid aan hem mogen worden gesteld. Hij dient zich te registeren. De Directie stelt de professional in staat zijn bekwaamheid op peil te houden en scholing te volgen, bijvoorbeeld in het kader van de (her-)registratie. De professional toetst zijn hulpverlenend handelen regelmatig bij zijn vakgenoten en/of multidisciplinair team.
De Directie stelt de professionals in de gelegenheid regelmatig met elkaar te overleggen betreffende de vakinhoudelijke ontwikkeling, teneinde de kennis en kunde op peil te houden.

6. Dossiervorming, informatieverstrekking aan derden, wetenschappelijk onderzoek

De professional is gebonden aan zijn wettelijke geheimhoudingsplicht ten aanzien van de patiënten en het dossier.
De professional draagt zorg voor een goede dossiervorming en informatieoverdracht.
De professional zal bij doorverwijzing van de patiënt overleggen met de in te schakelen hulpverlener over de verwijzing. Bij (on)voorziene afwezigheid draagt de professional zorg voor een adequate overdracht en voor toegankelijke informatie ten behoeve van degene(n) die hem waarneemt (waarnemen) of vervangt (vervangen). De waarnemend professional heeft voor wat betreft de zorg aan de patiënt gedurende de tijd dat wordt waargenomen dezelfde verantwoordelijkheden als de oorspronkelijke professional.

Het gebruik maken van niet tot de patiënt herleidbare gegevens uit dossiers ten behoeve van wetenschappelijke publicaties dan wel onderzoeken, geschiedt overeenkomstig de wettelijke bepalingen. Van patiënten die niet meer in zorg zijn, is toestemming van de geneesheer-directeur noodzakelijk. Voor gebruik van tot de patiënt herleidbare gegevens ten behoeve van de externe verantwoording is toestemming van de patiënt dan wel de wettelijke vertegenwoordiger nodig. Het verrichten van wetenschappelijk onderzoek in de instelling is onderworpen aan de toestemming van de Directie. Uitvoering van wetenschappelijk onderzoek vindt voor zover van toepassing plaats met inachtneming van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO).

De Directie draagt er zorg voor dat de patiëntendossiers worden bewaard overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke bepalingen en dat de bewaring zodanig is dat onbevoegden daarvan geen kennis kunnen nemen. Zie voor het beleid inzake dossiers bewaren en vernietigen het kwaliteitssysteem.

7. Bedrijfsvoering

De professional zorgt voor een adequate registratie van zijn verrichtingen.
De professional houdt zich aan de afspraken, zoals vastgelegd in protocollen en richtlijnen, maar kan daar in het belang van de patiënt gemotiveerd van afwijken.
De professional verplicht zich bij de uitvoering van de werkzaamheden te houden aan de aanwijzingen welke door of namens de directie dan wel Directie worden gegeven.
De professional houdt zich bij extern optreden aan de afspraken en regels die binnen de instelling gelden betreffende de contacten met de pers, media en andere instanties.
De professional zal medewerking verlenen aan de uitvoering van het kwaliteitsbeleid.
De professional levert binnen redelijke grenzen een bijdrage aan instructie en opleidingsactiviteiten en het leveren van patiënteninformatie.

8. Escalatie procedure

Indien een behandeling stagneert of in een crisis belandt, is de hulpverlener verantwoordelijk voor de te nemen stappen.
De hulpverlener bespreekt eerst het probleem met de patiënt en komt tot oplossing.
Indien geen oplossing: De hulpverlener overlegt met de hoofdbehandelaar.
Indien geen oplossing: De hulpverlener overlegt al dan niet samen met de hoofdbehandelaar met de regie behandelaar.
Indien geen oplossing: De hulpverlener overlegt met de huisarts .
Indien geen oplossing: hulpverlener overlegt met psychiater of met crisisdienst.
Indien geen oplossing: hulpverlener vraag aan huisarts om opname.
In alle gevallen houdt hulpverlener patiënt en betrokkenen op de hoogte en rapporteert in status.

Iedere patiënt wordt besproken in MDO.
Wanneer er getwijfeld wordt aan de indicatie, aan de start of in de loop van een traject wordt dat besproken met de patiënt en in het MDO.
Daarin kan de conclusie getrokken dat verwijzing naar elders aan de orde is, of een terug verwijzing naar de huisarts/POH, danwel andere, minder of meer gespecialiseerde instelling of zorgverlener.